spelletjes
Spelletjes in thema
Boompje verwisselen
Roofdier en prooi - Raad je dier
Roofdier en prooi - Doe je dier na
Roofdier en prooi - De sluwe vos
Roofdier en prooi - Kikkers vangen
Roofdier en prooi - Duizendpotentikkertje
Roofdier en prooi - Wolfje, hertje
Voedselketenspel
Rupsentikkertje
Fruitmix
Vlindertikkertje
Spelletjes in thema
De hieronder beschreven spelletjes zijn prima te gebruiken als onderdeel van een natuuractiviteit of opvulling van een leeg momentje. De meeste spellen zijn gemakkelijk om te zetten in andere thema's. Weet u nog een leuk spel dat niet mag ontbreken op deze pagina? Stuur dan uw idee naar Elena Francissen.
Boompje verwisselen
| doelgroep | 6-12 jaar | | benodigdheden | plek in de buitenruimte waar wat bomen bij elkaar staan, bijna evenveel bomen als dat er spelers zijn. | | aantal spelers | min 8, max 20 |
Voorbereiding - Zoek een plek waar wat bomen bij elkaar staan. Het moeten (bijna) evenveel bomen als deelnemers zijn. Je moet gemakkelijk en snel van de ene naar de andere boom kunnen rennen.
- Markeer eventueel de bomen die aan het spel meedoen
Inleiding Vandaag gaat het over bomen. Bomen zijn belangrijk voor de natuur: ze maken zuurstof, ze bieden plek voor dieren om in te wonen en te schuilen en ze zorgen voor voedsel voor veel dieren. Voor mensen zijn bomen ook belangrijk: we hebben de zuurstof nodig en gebruiken het hout bijvoorbeeld om mee te timmeren of papier van te maken. Mensen kunnen ook erg genieten van bomen. En je kunt er leuke spelletjes mee doen, zoals boompje verwisselen! Spelverloop - Doel van het spel is, om zo vaak mogelijk te ruilen, en zo min mogelijk 'geen boom' te hebben.
- Wijs een kind aan, die 'm als eerste wil zijn. Dit kind start zonder boom. Laat de andere kinderen een boom kiezen.
- Geef een startsignaal. De kinderen mogen vanaf nu voortdurend proberen van boom te ruilen door naar elkaars boom te rennen. Het kind zonder boom probeert ook een boom te bemachtigen.
- Speel het spel zolang het leuk is. Tel de laatste 10 speelseconden af. Wie eindigt zonder boom heeft verloren.
Varianten - Speel het spel als een soort stoelendans: bij het eerste signaal gaan de kinderen boompje wisselen, en probeert het kind zonder boom ook een boom te bemachtigen. Bij het tweede signaal stopt het wisslen. Het kind dat overblijft zonder boom, gaat uit het spel. Vanaf dat moment doet er ook één boom niet meer mee (spreek af welke!). Elke ronde doet er een boom minder mee. De twee kinderen die op het laatst nog een boom hebben, hebben gewonnen!
Roofdier en prooi - Raad je dier
| doelgroep | 6-12 jaar | | benodigdheden | plaatjes van roofdieren en prooien, 1 per deelnemer | | aantal spelers | min 8, max 30 | Voorbereiding - Zoek plaatjes van roofdieren en hun prooien
- Verstevig de plaatjes (karton erachter plakken of plastificeren) en maak er touwtjes aan
Inleiding "Het gaat vandaag over dieren. Maar welke dieren? Dat is nog geheim. Niemand mag iets verklappen. Elk kind krijgt een plaatje of naam van een dier op zijn rug. Door vragen aan elkaar te stellen, moet je er achter komen welk dier jij bent. Bijvoorbeeld: Heb ik een vacht? Heb ik veren? Lust ik graag gras? Ben ik gevaarlijk voor mensen?" Voor de begeleider: - Bepaal van te voren of dit alleen ja/nee vragen mogen zijn, of ook open vragen (Welk geluid maak ik? Hoeveel poten heb ik?).
- Deel de plaatjes uit zonder dat de kinderen zien welk plaatje op hun rug hangt.
Spelverloop De kinderen lopen door elkaar en stellen steeds aan een ander een vraag. Als ze (denken te) weten welk dier ze zijn, gaan ze naar de begeleider, en vragen Ben ik een ...? Hebben ze het goed geraden, dan gaan ze op zoek naar het dier dat bij hen hoort. Bijvoorbeeld vos - konijn (roofdier - prooi). Als het konijn bijvoorbeeld nog niet klaar is met raden, kan de vos hem helpen, tot alle dieren koppels gemaakt hebben. Varianten - in plaats van vragen stellen: het geluid van het dier nadoen.
- andere thema's, zie de lijstjes hieronder.
Voorbeelden van koppels: Roofdier - prooi | Ouder - jong | Diergroepen | Vos - konijn Uil - muis Leeuw - gazelle Reiger - stekelbaars Merel - worm Duizendpoot - pissebed Zwaluw - vliegje Specht - houtworm | Koe - kalf Paard - veulen Eend - pul of eendenkuiken Kip - kuiken Varken - big Hond - pup Poes - kittten | Kikker - Pad Hond - Kat Merel - Koolmees Stekelbaars - Snoek Lieveheersbeestje - Mestkever Hagedis - Slang Regenworm - Naaktslak Bij - Wesp |
Roofdier en prooi - Doe je dier na
| doelgroep | 6-12 jaar | | benodigdheden | geen | | aantal spelers | min 8, max 30 |
Voorbereiding - Speel het introductiespel Roofdier en prooi
Spelverloop Laat de koppels naast elkaar gaan staan in een kring. Hang alle dierenplaatjes nu op de buik i.p.v. rug, zodat iedereen kan zien wie welk dier is. Wat hebben deze dieren met elkaar te maken? Ze zijn roofdier en prooi. Laat kinderen erover vertellen wat ze weten. - Welke dieren hebben ze wel eens gezien, en welke nog nooit?
- Kunnen ze het dier ook nadoen?
Laat nu elk kind bedenken welke beweging en geluid bij zijn dier hoort. Wijs een kind aan dat als eerste zijn dier na mag doen. De andere kinderen doen het ook na. Daarna mag de koppelgenoot zijn dier voordoen. Ga zo de kring af tot iedereen alle dierenbewegingen gedaan heeft. Afsluiting Welk dier was makkelijk na te doen? En welk dier moeilijk? Hoe komt dat?
Roofdier en prooi - De sluwe vos
| doelgroep | 6-12 jaar | | benodigdheden | blinddoek | | aantal spelers | min 8, max 30 |
Inleiding Vossen zijn roofdieren, ze moeten goed kunnen sluipen, anders ontsnapt hun prooi en krijgen ze honger. Konijnen zijn prooidieren en kunnen goed luisteren met hun grote oren, of er gevaar aan komt. Spelverloop - Alle kinderen staan in wijde een kring. Iedereen is heel stil.
- Eén kind zit geblinddoekt in het midden, dat is de prooi.
- De begeleider wijst een kind aan, de vos. De vos sluipt langzaam naar de prooi en mag proberen hem aan te tikken, zonder dat de prooi hem hoort.
- De prooi luistert goed. Als hij denkt dat hij de vos hoort, wijst hij in de richting waar hij denkt dat de vos vandaan komt.
- Als de prooi de vos opmerkt, en aanwijst voordat de vos hem kan tikken, gaat de vos terug naar zijn plek en wijst de begeleider een nieuwe vos aan die het mag proberen.
- Als de vos de prooi kan tikken zonder aangewezen te worden, mag hij een nieuwe prooi aanwijzen die in het midden mag.
- Als het weer stil is, wijst de begeleider een nieuwe vos aan.
Afsluiting - Wat was moeilijker? Het sluipen als roofdier, of het luisteren als prooi?
- Bij dit spel mocht het konijn alleen zijn oren gebruiken. Welke zintuigen gebruikt een konijn in het wild nog meer, om niet de prooi van een roofdier te worden? (ogen, neus)
Roofdier en prooi - Kikkers vangen
| doelgroep | 6-12 jaar | | benodigdheden | snoepkikkers, teil met water, handdoeken, eventueel stopwatch | | aantal spelers | min 8, max 30 | Voorbereiding - koop snoepkikkers
- verzamel de benodigdheden en zet ze klaar
Inleiding Reigers hebben een lange spitse snavel waarmee ze hun prooi vangen. Op die manier kunnen ze een kikker zó uit het water pakken. Laten wij eens proberen hoe goed mensen zijn in kikkers vangen.
Spelverloop Doe een snoepkikker in het water en laat een kind met de handen op de rug proberen de kikker uit het water te happen. Houdt handdoeken bij de hand. Wie is de snelste kikkervanger? Varianten - Gebruik ipv water een bak met magneetvisjes (plak vissenplaatjes op bordmagneten) en laat de kinderen vissen met een magneethengel
- Maak op de grond een cirkel, dit is de vijver. Leg in het midden de snoepkikkers. Laat de kinderen rondom de vijver staan, en om de beurt proberen een kikker te pakken, zonder het water te raken. Maak de vijver steeds groter. Wie vangt de meeste kikkers?
Roofdier en prooi - Duizendpotentikkertje
| doelgroep | 6-12 jaar | | benodigdheden | geen | | aantal spelers | min 8, max 30 |
Inleiding Duizendpoten zijn roofdieren. Ze eten kleine insecten, slakken, spinnen en pissebedden. Om die te vangen moeten ze natuurlijk wel heel snel zijn. De gewone duizendpoot heeft 15 paar poten. Andere algemene soorten hebben 50 - 80 paar poten. Het zijn er dus geen duizend, maar genoeg om hard mee te kunnen rennen. Kunnen wij dat ook?
Spelverloop - Eén kind is de duizendpoot, de tikker. De andere kinderen zijn pissebedden of kleine insecten.
- Als de duizendpoot een prooi getikt heeft, geven ze elkaar een hand. Samen gaan ze verder met tikken.
- Steeds als de duizendpoot iemand tikt, geeft die ook weer een hand, de duizendpoot wordt steeds langer.
- Kijk na een bepaalde tijd, bijvoorbeeld 3-5 minuten, hoe lang de duizendpoot is. Wijs daarna een andere duizendpoot aan en speel het spel opnieuw.
Afsluiting - Hoe lang is de duizendpoot na 5 minuten?
- Zijn mensen sneller of langzamer als ze meer dan 1 paar poten hebben?
Varianten
Roofdier en prooi - Wolfje, hertje
| doelgroep | 6-12 jaar | | benodigdheden | geen | | aantal spelers | min 8, max 30 |
Inleiding Wolven zijn roofdieren, ze jagen op andere dieren om aan eten te komen. Bijvoorbeeld op konijnen of herten. Wolven leven en jagen vaak in een familiegroep, een roedel. Door samen te werken, hebben ze meer succes bij het jagen. Hoe meer voedsel, hoe groter een roedel kan zijn. Prooien maken gebruik van de mogelijkheden van het terrein: ze verstoppen zich, en rennen weg als de wolf hen gevonden heeft. Bij dit spel gaan we voelen hoe het is om roofdier en prooi te zijn. Misschien kun je wel wat tactieken 'uit het wild' gebruiken? Spelverloop - Spreek af wat de grenzen van het spelgebied zijn, en leg de spelregels uit.
- Wijs één wolf aan. De rest van de spelers begint het spel als hertje en gaat zich verstoppen in het spelgebied.
- Geef een signaal dat de wolf begint met jagen, bijvoorbeeld door hem te laten huilen als een wolf. De wolf gaat nu op zoek naar hertjes.
- Als de wolf een hert gevangen (getikt) heeft, kan hij hiermee een jong groot brengen. Er is dan een hert minder en een wolf meer (het gevangen hert wordt wolf).
- Op het laatst heb je een heel roedel wolven om het laatste goed vertopte hert uit de bosjes te kammen.
Tips Door te beginnen met een langzamer kind als wolf, en het spelen op een leuk gevarieerd natuurlijk terein krijg je een tactisch spel waarbij ook echte wolventactieken nagespeeld kunnen worden.
Voedselketenspel
| doelgroep | 10 - 12 jaar | | benodigdheden | plek in de buitenruimte (bos of speelplein), speelkaartjes , speluitleg | | aantal spelers | min 15, max 30 | | speelduur | 10 - 30 minuten |
Voorbereiding - Neem de speluitleg door.
- Print de kaartjes (in kleur) en lamineer ze voor gebruik. Naargelang het aantal spelers maakt u van alles meerdere kopieën. U heeft ongeveer 3 kaartjes per speler nodig, meer mag ook.
- Geef uitleg over producenten, planteneters, vleeseters en
alleseters; roofdieren en prooien; voedselketens en de voedselkringloop. - Spreek af wat het spelgebied is.
- Geef elke speler een kaartje. Zorg dat elke soort kaart (planten, planteneters,
vleeseters, toppredatoren) evenredig vertegenwoordigd is in het spel, ten opzichte van het totaal aantal van kaarten van die soort. Er zullen dus altijd meer planten dan toppredatoren in het spel zitten (net als in de natuur).
Inleiding Planten kunnen hun eigen voedsel maken uit lucht, zonlicht en water. Dieren eten planten, andere dieren of beide. Dit spel gaat over wie wat eet, en wie gegeten wordt door wie. Vaak kun je een rijtje maken, zoals: koolblad wordt gegeten door rups, rups door mus, mus door sperwer. Zo'n rijtje noem je ook wel een voedselketen. Tijdens het spel ben je een plant of dier; welke soort je bent, staat op je kaartje. Je gaat op zoek naar voedsel door elkaar te tikken. Op je kaartje kun je lezen wat jouw soort eet en voor wie je voedsel bent. Het doel van het spel is zo veel mogelijk voedsel (kaartjes) te verzamelen. Spelverloop - Elke speler begint met één kaartje. Je speelt de rol van de plant of het dier op je
kaartje, bijvoorbeeld de vos of paardenbloem. Welke rol jij hebt, hou je geheim voor de andere spelers. - Iedereen mag elkaar tikken. Door elkaar te tikken, kom je er achter wat voor plant
of dier de ander is. Door te tikken kun je kaartjes winnen, maar ook verliezen. - Als je iemand getikt hebt, laat je allebei je kaartje aan elkaar zien. Controleer
samen of je voedsel bent voor de ander.
Afsluiting De spelers leggen de kaartjes uit die ze verzameld hebben tijdens het spel. Bespreek enkele voedselketens. Variatie U kunt het spel beïnvloeden door de kaarten selectief uit te delen. Speel het spel meerdere keren achter elkaar, en bespreek met de spelers wat er gebeurt als het natuurlijk evenwicht verstoord raakt, bijvoorbeeld - als er relatief veel roofdieren in het spel zijn, dan worden er veel prooidieren
opgegeten en blijven veel planten over. De roofdieren hebben niks meer te tikken en krijgen honger. - als er weinig toppredatoren en veel planteneters in het spel zijn, dan worden er veel
planten opgegeten. De prooidieren hebben al snel niks meer te eten en de roofdieren hebben het makkelijk. Leg eventueel de vergelijking met een muizen- of sprinkhanenplaag. - als er aan het begin van het spel veel bespoten planten zijn, gaan de prooi- en roofdieren snel dood.
Rupsentikkertje
| doelgroep | 6 - 12 jr | | benodigdheden | geen | | aantal spelers | min 10, max 30 |
Voorbereiding - Markeer het spelgebied.
- Vertel over de metamorfose van rups tot vlinder.
Inleiding Rupsen eten heel veel blaadjes. Door het eten van de blaadjes gaan ze groeien. Als ze genoeg gegeten hebben, gaan ze verpoppen: ze maken een cocon waar ze een poosje in blijven zitten. In de lente komt uit de cocon een prachtige vlinder. Spelverloop - Spreek af wat het spelgebied is. Maak het gebied niet te groot, zodat het makkelijk is om elkaar te tikken.
- Wijs een tikker aan, dit kind is de rups. Alle andere kinderen zijn blaadjes.
- De rups heeft honger! Hij gaat op zoek naar blaadjes om groot te worden. Zodra de rups een blaadje heeft getikt 'eet hij deze op'. De rups wordt dan groter!
- Het kind dat getikt is, geeft de rups een hand. Nu gaan ze samen tikken. Zo groeit de rups, totdat alle blaadjes opgegeten zijn.
Afsluiting Alle kinderen gaan gehurkt op de grond zitten als een cocon. Ze veranderen binnenin de cocon tot een vlinder. Als de spelleider roept "Het is lente" vliegen de vlinders uit: alle kinderen fladderen als vlinders. Er kan een nieuwe rups worden uitgekozen om het spelletje nog een keer te spelen.
Fruitmix
| doelgroep | 6 - 12 jr | | benodigdheden | zitplekken | | aantal spelers | min 10, max 30 | Spelverloop - Ga in een kring zitten. Zorg dat er precies genoeg zitplekken voor de deelnemers zijn. Blijf zelf staan.
- Laat de kinderen 3 soorten fruit noemen, bijvoorbeeld banaan, appel, aardbei. Ga de kring rond en geef iedereen een fruitnaam (banaan, appel of aardbei).
- Roep een van de soorten fruit, bijvoorbeeld banaan. Alle kinderen die banaan zijn, staan op en wisselen van plek. Niemand mag op zijn oude plek gaan zitten. Ga zelf ook snel op een van de plekken zitten. Eén van de kinderen blijft nu over in het midden en mag een fruitnaam noemen.
- Roep, na een aantal keren spelen, 'FRUITMIX!'. Nu mag iedereen opstaan en van plek wisselen.
Speel ook eens... - bodemdierenmix
- jonge dieren mix
- bomenmix
Vlindertikkertje
| doelgroep | 6 - 12 jr | | benodigdheden | 8 bakjes; 80 kaartjes in 8 verschillende kleuren met afbeeldingen van bloemen erop; stoepkrijt | | aantal spelers | min 10, max 30 |
Voorbereiding - Doe in elk bakje 10 bloemenkaartjes van dezelfde kleur.
- Trek met stoepkrijt cirkels op het plein en zet in elke cirkel een bakje. Zorg dat de cirkels ongeveer 1m doorsnee zijn en 5-10 meter bij elkaar vandaan liggen.
- De kinderen kunnen dit ook zelf doen. Je kunt het spel ook in het gras of bos spelen. Maak de cirkels van touw of takjes, of trek een lijn in het zand.
Inleiding Vlinders fladderen van bloem naar bloem en eten met hun lange roltong de nectar die in de bloem zit. Vogels eten vlinders. Vandaag zijn jullie de vlinders, die bloemen gaan bezoeken. De vogels gaan de vlinders opeten door ze te tikken. Wie kan als eerste alle verschillende bloemen bezoeken zonder opgegeten te worden door een vogel? Spelverloop - Wijs 1 of 2 kinderen aan die vogel zijn.
- Alle anderen zijn vlinder, zij verspreiden zich over de bloemen (de cirkels met bloemenkaartjes in bakjes), en mogen alvast 1 bloemkaartje uit het bakje halen.
- Geef het startsein. De vlinders krijgen een paar tellen voorsprong op de vogels. In de cirkel kun je niet getikt worden.
- Vlinders die opgegeten zijn door een vogel komen naast de spelleider staan.
- Speel door tot iedereen alle bloemen bezocht heeft of opgegeten is.
- Laat de kinderen de kaartjes terugdoen in het juiste bakje en speel het spel opnieuw met andere vogels.
Speel ook eens... - Bodemdierentikkertje: op de kaartjes staan bodemdiertjes. De kinderen zijn duizendpoten die de verschillende bodemdieren opeten (kaartjes verzamelen). De vijanden van de duizendpoten (vogels, loopkevers) zijn tikker.
- Afvaltikkertje: alle kinderen beginnen met een stapeltje kaartjes in de hand, met daarop afbeeldingen van verschillende soorten recyclebaar afval, zoals stoel, krant, batterij. Op de bakjes staan namen van bakken op het afvalpunt, zoals hout, plastic, papier, chemisch afval. De leerlingen zijn burgers die het afval netjes moeten scheiden (kaartjes in de juiste bakjes doen). Ze kunnen getikt worden door vuilnismannen (of vuilniswagens of vuilverbrandingsovens). Bekijk na het spel samen de inhoud van de bakjes: zit het afval in de juiste bak?
|